De naam van deze plek verwijst naar de bloeiende aspergeteelt in Keerbergen in de 20e eeuw. Deze schitterende, gewilde witte groente was van onschatbare waarde voor de arme Keerbergse bevolking. Louis Perckmans, alias Mampers Lodde, heeft de aspergecultuur letterlijk en figuurlijk uit de grond getrokken. De eerste asperges werden enkele jaren voor de eerste wereldoorlog aangeplant. Mampers Lodde leerde ze kennen in de Papestraat bij Fons Coremans, die de nieuwe groente testte. Het lukte behoorlijk en de nieuwsgierigheid van andere vooruitstrevende landbouwers was gewekt. Hij was zeer vooruitziend en zeer begaan met de arme bevolking van Keerbergen, wat ook blijkt uit zijn voorzitterschap van het Vincentiusgenootschap, dat zich bezighield met armenzorg.
Met veel zorg en moeite wist hij de kleine rode zaadjes van de asperge om te zetten in sterke aspergeplanten. Hij hielp de vele kleine boeren met de eerste aanplant. Hij sprak vaak over de argenteuille, een oude aspergesoort die zeer sterk was en tot wel 20-30 jaar meeging. Deze soort gedijde goed in de arme zandgrond van de regio, hoewel ze wel behoefte had aan veel en sterke beer (mest van menselijke oorsprong).
De zandgrond maakte het ook ideaal om de methode van trekken toe te passen. Bij deze methode werd met de hand een kleine kuil gegraven naast de witte asperge die net boven de grond piepte. Vervolgens werd voorzichtig de asperge net boven de wortel afgebroken. Dit leidde tot de uitdrukking asperge trekken, een methode die in Keerbergen nog steeds door kleine telers wordt toegepast, in tegenstelling tot het moderne commerciële asperge steken.
Om ervoor te zorgen dat de asperges niet verkleuren, wordt de aspergerug, een opgeworpen dam, nu afgedekt met zwarte plastic. Dit voorkomt dat het daglicht de asperges verkleurd en maakt ze zo minderwaardig. Als het tijd is om te oogsten, wordt de plastic omhoog getild. De asperge wordt met de vingers vastgenomen en met een lang steekmes onderaan door de grond heen afgestoken, een techniek die voor beginners enige oefening vereist.
De oorsprong van de aspergeteelt in Keerbergen bevond zich nabij het centrum van het dorp, vooral op de Molenberg (de huidige Veldstraat en Aspergeveld). Dit gebied was ooit een uitgestrekte zandvlakte met aspergeruggen. In mei kon het er soms winderig zijn, wat leidde tot echte zandstormen, vergelijkbaar met die in de woestijn.
Later ontdekte men dat de vruchtbare grond langs Dijle en Raambeek ook ideaal was voor de teelt van dikke asperges. Door de zwaardere grond werd echter overgeschakeld van trekken naar steken. Tegenwoordig zijn de oude aspergesoorten vervangen door minder sterke hybride rassen, maar de herinneringen aan de rijke aspergeteelt in Keerbergen blijven levendig.
