voetweg 73
De moerasputten hier zijn verbonden met de oude familiegeschiedenis van de regio. Volgens overleveringen stammen ze af van "Brennes", een naam die verwijst naar een oude kolenbrandersfamilie. De naam Brenner (kolenbrander) zou mogelijk duiden op een houtskoolmaker of bosrooier, waarbij de "s" zou staan voor "zoon van". In de vorige eeuw werd de eigenaar nog aangeduid als Fonke van Brennes Jan.
Deze putten, bekend als de vlasputten van Brennes, speelden een belangrijke rol in de vlasteelt, die ooit bloeide in de natte vallei van de Dijle. Hier werd vlas geroot, een cruciale stap in het proces van vlas tot linnen. Het roten hield in dat de vlasstengels in water werden geweekt om de vezels los te maken van de harde binnenkant, waarna verdere bewerkingen zoals braken, zwingelen en spinnen volgden.
Voorwerpen en gereedschappen die herinneren aan deze oude ambachtelijke vlasbewerking zijn nog steeds te bewonderen in de Koninklijke Heemkring de Botermolen. Deze plek getuigt van de rijke geschiedenis van de vlasteelt in deze streek.
Deze weg staat al sinds de 19e eeuw op officiële kaarten en oude kadasterplannen.
