In Vlaanderen gaat de populatie van de egel achteruit en dat is al een tijd zo. We willen voorkomen dat deze inheemse soort gaat uitsterven, daarvoor kan iedereen zijn steentje bijdragen. Hieronder vind je enkele oplossingen die onze egelpopulatie ten goede komen.
Zorg voor voldoende schuilplaatsen
- Creëer gezellige rommelige hoekjes in je tuin.
Egels houden van een wildere omgeving. Een stapel takken of een dik pak bladeren zijn voor een egel de hemel op aarde. Daarnaast zorgt een tuin met veel afwisseling (gras, struikgewas, bomen) voor veilige schuilplekken en nestplekken. Wees dus gerust wat luier in je tuin en reserveer alvast die wildere hoekjes voor de egels.
Ga je graag nog een stap verder? Plaats dan een egelhuisje in je tuin.
- Woon je wat meer landelijk?
Plant dan houtkanten en heggen aan of leg akkerland(en) aan. Ook minder grondwerkzaamheden (zoals ploegen) helpt egels heel wat vooruit. De diertjes vinden op die manier niet alleen meer beschutting, maar ook meer voedsel. Kleinere landbouwpercelen en het behoud van braakliggende of verwilderde percelen (met struikgewas en dood hout) bieden veel soelaas voor de egel.
- Heb je een vijver?
Zorg dan voor een loopplankje of trapje zodat een in het water gesukkelde egel, terug uit het water kan klauteren. Zonder trapje of plankje sterft een egel door onderkoeling, verdrinking of uitputting. Ook keldergaten en putten kan je maar beter goed afsluiten: ook daar sukkelen egels al eens in.
Laat niets rondslingeren in je tuin waarin egels verstrikt kunnen raken (bv. gaas- of prikkeldraad en netten die je (fruit)struiken beschermen). Ook rondslingerend afval in de tuin kan een gevaar zijn voor egels.
Slaapt je hond buiten? Zorg dan dat die in een ren slaapt. Egels zijn nachtdieren en worden liever niet verrast door je overenthousiaste huisdier tijdens de donkerste uren. Zij gaan dan ook graag in alle rust door het leven.
Zorg voor voldoende en goed voedsel
- Kies voor planten van hier als je je tuin aanplant.
Inheemse planten zijn goed aangepast aan onze bodem en klimaat en trekken ook een hoop meer kleine diertjes aan dan hun exotische tegenhangers. Slakken, spinnen, wormen, kevers, rupsen, kikkers en muizen gebruiken inheemse planten voor voedsel of als verstopplaats. En hoe meer kleine diertjes er zijn, hoe meer een egel zich in zijn sas zal voelen in jouw tuin. Egels houden bovendien ook van bodembedekkers. Ze kunnen er schuilen en vinden er ook heel wat voedsel.
- Na de zomer.
In het najaar zet de egel alle zeilen bij om voldoende vetreserves op te bouwen en om de winter door te komen. Je kan hem in die periode daarbij helpen door extra voedsel aan te bieden: speciaal egelvoer dat je kan kopen in tuincentra of fruit, … Leg het voer in een egelhuis of onder een kistje. Zo kunnen katten en honden er niet bij.
- Dorst?
Wil je de egel drinken geven, zorg dan voor water in een laag schaaltje, vooral in droge periodes. Geef zeker geen melk. Hij kan de lactose in de melk niet verteren en kan erg ziek worden of sterven van uitdroging.
- Gebruik geen slakkenkorrels, rattenvergif of insectenverdelgers.
Die zijn dodelijk voor egels. Zelfs kleine hoeveelheden van het gif kunnen nefast zijn. Een egel eet elke nacht veel kleine beestjes waardoor het gif in zijn lichaam ophoopt. Wil je toch van die slakken af? Dan is een egel je beste vriend…
Zorg dat een egel veilig van hier naar daar geraakt
Een egel slaapt overdag op een beschutte plaats en legt per nacht al snel twee tot drie kilometer af op zoek naar voedsel of een partner. Hij heeft nogal wat variatie in zijn leefgebied nodig: een veilige schuilplaats, twee tot drie kilometer aan groene zones met veilige verbindingen, zones met voldoende voedselaanbod, een plaats met water om te drinken, … En daar knelt het schoentje want een egel komt nogal wat obstakels tegen op zijn pad, zeker met de Vlaamse lintbebouwing.
Kunstmatige omheiningen in onze tuinen zijn voor een egel frustrerend: het zijn heuse barrières. Kies, indien mogelijk, voor een haag- of houtkant om je tuin te omheinen: de egel kan eronderdoor en kan zo zijn nachtelijke tocht verderzetten. Wil je toch liever een kunstmatige omheining? Zorg dan voor een egelpoortje onderaan: een vuistgrote opening van 14 bij 14 cm volstaat. Of creëer samen met je buren een heuse egelwegel: de egel kan zich nu een pad banen door de diverse tuinen dankzij de egelpoortjes of natuurlijke omheiningen.
In verstedelijkt gebied is het verkeer vaak een heuse boosdoener: jaarlijks sterven zeer veel egels als verkeersslachtoffers. Waarnemingen.be spreekt zelfs van ongeveer 300.000 egelslachtoffers. Willen we dat egels zich veiliger verplaatsen tussen diverse geschikte habitats, dan kunnen burgers en wij als openbaar bestuur onder andere het volgende voorzien:
- In de buurt van groene zones in de stad kan signalisatie automobilisten waarschuwen. Een eenvoudig verkeersbord, zoals we dat nu al kennen voor overstekend wild, geeft aan dat egels hier de weg kunnen oversteken.
- Groene zones die goed met elkaar verbonden zijn zouden ook gelinkt moeten zijn met omliggende tuinen. Met natuurlijke omheiningen, egelpoortjes of egelwegelsmoet een egel dan niet langer de weg op wanneer hij zich wil verplaatsen.
- Met barrières en rasters kunnen we de egels wegleiden van de straat en hen leiden naar veilige oversteekplaatsen (vergelijkbaar met de paddenschermen).
- Tunnels en duikers fungeren als veilige oversteekplaatsen, op voorwaarde dat ze goed onderhouden worden en niet verstopt raken of continu onder water staan.
Samen sterk voor het behoud van de egel
Veilige schuilplaatsen, goed en voldoende voedsel en veilige verbindingen tussen diverse habitats: dat is wat de Vlaamse egels vooruit helpt. Deze drie vereisten maken niet alleen een normale levenscyclus mogelijk voor individuele dieren, maar ook op populatieniveau. Wij als openbaar bestuur kunnen heel wat betekenen, maar ook jullie, de burgers (goed voor bijna 10 % tuinoppervlakte in Vlaanderen), kunnen zeker jullie steentje bijdragen. De egel in Vlaanderen? Dat hoeft, met de nodige inspanningen, echt geen stekelige kwestie te blijven…
Vind je een egel en wil je weten of je het diertje naar een Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren moet brengen? Kijk dan alvast naar de richtlijnen van het VOC Merelbeke.
Wil je meer weten? Klik dan op onderstaande link.
